Nederlandse schepen aan ketting in Italië door omstreden 'bootpaspoort'

Tientallen Nederlandse zeilboten zijn deze zomer aan de ketting gelegd in Italiaanse wateren. Dat komt door twijfel over een Nederlands certificaat voor pleziervaartuigen. Het document moet dienen als eigendomsbewijs en garandeerde eigenaren jarenlang een zorgeloze vakantie. Nu zorgt het juist voor problemen met de Zuid-Europese autoriteiten.

Tegen de Nederlanders die het document toonden, is de Italiaanse justitie strafzaken gestart, blijkt na onderzoek van Nieuwsuur. Ze worden verdacht van strafbare feiten waarvoor in Italië boetes kunnen worden opgelegd en zelfs gevangenisstraf.

De oorzaak is de onduidelijke status van het Nederlandse certificaat, dat voluit het Internationaal Certificaat voor Pleziervaartuigen (ICP) heet. Ogenschijnlijk toont het aan wie de eigenaar van het schip is, ongeveer vergelijkbaar met een kentekenbewijs voor auto's. Het is geen officiële eigendomsregistratie, en het geeft de eigenaar ook niet het recht om onder de Nederlandse vlag te varen. Het is wel goedkoop: het kost twee tot drie tientjes.

Belasting en regels ontduiken

Het papiertje wordt daarnaast aangevraagd door Italiaanse en Spaanse botenbezitters in die landen. Zo wekken ze de schijn dat ze onder de Nederlandse vlag varen en kunnen ze lokale belastingen en regels ontduiken. Voor de Italiaanse autoriteiten reden om het Nederlandse botenpaspoort niet meer te erkennen en plezierjachten aan de ketting te leggen. Ook de Spaanse overheid laat aan Nieuwsuur weten het document niet langer te accepteren vanwege misbruik.

De meeste certificaten worden verstrekt door het Watersportverbond, een belangenvereniging van watersporters in Nederland. Dat gebeurt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In de praktijk houdt het ministerie amper toezicht op het aanvraagproces. En het bemoeit zich ook niet met wie er met een ICP vaart.

Dat blijkt als in 2018 een rel tussen Italië en Nederland ontstaat. Het NGO-schip Lifeline wordt voor de Libische kust tegengehouden door de Italiaanse douane. Het schip vaart met een Nederlands ICP en heeft migranten opgepikt in de Middellandse Zee. De Italianen willen het schip niet zomaar laten gaan en checken de papieren.

Ze komen door het ICP uit bij de Nederlandse autoriteiten, maar die trekken hun handen van de Lifeline af. Het schip staat niet in Nederland geregistreerd, maar bij een Nederlandse vereniging, stelt de Nederlandse overheid. Het ICP geeft daarom niet het recht om de Nederlandse vlag te voeren, wordt vanaf dan gezegd. Terwijl dat tot op dat moment wel gebruikelijk was.

Schepen met een ICP varen nu dus feitelijk zonder nationaliteit, stellen de Italianen. Dat is strafbaar in Italiaanse wateren.

Duizenden euro's voordeel

Bovendien constateert de Guardia di Finanza, de Italiaanse variant van de FIOD, dat het ICP niet alleen door Nederlanders wordt gebruikt, maar ook door Italianen. Het is lucratief om bij het Watersportverbond het officieuze botenpaspoort aan te vragen.

Zo is er in de Zuid-Europese landen een minimale uitrusting nodig aan boord, wat flink wat kan kosten. En in Spanje is iedere twee jaar een controle verplicht waarbij de boot uit het water moet. Dat kost zo een paar duizend euro. Met een Nederlands ICP hoef je niet aan die regels te voldoen. Ook is de boot met het Nederlandse botenpaspoort niet vindbaar voor de Italiaanse en Spaanse belastingdiensten.

Veel vlaggen, weinig Olandese

De Nederlandse vlag duikt steeds vaker op in Italiaanse havens, zonder dat er aan boord van die schepen een woord Nederlands wordt gesproken. Het gaat dan vaak om Italianen die een Nederlands ICP hebben aangevraagd. De Italiaanse overheid is daar nu klaar mee.

Nederlandse booteigenaren kunnen dus niet langer zorgeloos op vakantie naar de mediterrane wateren met een ICP. In plaats daarvan moeten ze hun schip laten registreren bij het Kadaster. Dat is wél een officiële eigendomsregistratie. Dat kan ook als het schip in het buitenland ligt, maar dat kost wel duizenden euro's.

Bron:

  • ± 3 minuten